16 en 17 september 2014
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Wie ben ik voor u? Mensbeelden in de geestelijke gezondheidszorg

discussies

dinsdag 16 september 2014 11u30-13u00

D01

Ik ben een mens, geen diagnose

moderator

Jochen Van den Steen, begeleider, Aanloophuis Poco Loco / Werkgroep Ervaringsdelen en Destigmatisering, Gent

discussianten

Dirk Baeyens, Ingrid Lammerant, Nadine Vandewinckel, Eef Verschaeve, Siska Vincent, leden Werkgroep Ervaringsdelen en Destigmatisering, Gent


Ervaringsdeskundigen reflecteren vanuit hun praktijkervaring binnen de geestelijke gezondheidszorg op de grote nadruk die er gelegd op diagnose binnen de behandeling. Diagnose wordt gebruikt als in- en exclusiecriteria tot hulp, los van de mens achter de diagnose en de hulpvraag.

Is het niet gek dat een label bepaalt tot welke hulp je toegang krijgt? Gaat dit niet voorbij aan de uniciteit van elke mens? Cliënten, familie en hulpverleners discussiëren samen met het publiek over dit thema.

 

D02

Zinzorg en aandacht voor spiritualiteit: een meerwaarde in de ggz

moderator-discussiant

Walter Krikilion, stafmedewerker patiëntenzorg, OPZ Geel

discussiant

Koen De Fruyt, diensthoofd Zinzorg & Pastoraal, PC Sint-Amandus, Beernem/ diensthoofd Identiteit, Provincialaat Broeders van Liefde, Gent

 

Wie ben ik voor u? Wat is mijn rol als zorgverlener en als cliënt? Het zijn vragen in een ggz die volop beweegt. Cliëntenparticipatie en hersteldenken staan centraal. De gerichtheid op zinzorg en de aandacht voor spiritualiteit kunnen hierbij een meerwaarde vormen.

Eerst wordt een stelling geformuleerd over het belang van een integraal zorgperspectief dat vertrekt van een meerdimensionaal mensbeeld en dat inspirerend kan werken in tijden van verandering (ggz-organisatie en klinisch-therapeutisch). Een perspectief, waarin zinzorg een integrerend onderdeel vormt, werkt als een kritische toetssteen en verbreedt de horizon waar het risico op eenzijdigheid bestaat.
Vervolgens wordt aan de hand van praktijkervaringen een stelling geformuleerd over de eigenheid van zorg vanuit een spiritueel perspectief. Uitgangspunt is dat zorgverlening vanuit dit perspectief focust op specifieke belevingsaspecten en krachtbronnen en hierin complementair is ten aanzien van zorg vanuit een biologisch en een psycho-sociaal perspectief.
De deelnemers kunnen maximaal participeren aan de discussie en vanuit de eigen professionele context hun ervaringen omtrent zinzorg en spiritualiteit inbrengen in het debat.

Referenties

Krikilion, W. (2012). Geestelijke gezondheidszorg in het licht van zingeving en spiritualiteit. Antwerpen, Garant

De Fruyt, K. (2011). Gedeelde zorg voor de hele mens? Over oog voor existentieel welzijn en de spirituele dimensie in de GGZ. Pastorale Perspectieven, 151, 5-18

 

dinsdag 16 september 2014 14u00-15u30

D03

De eerstelijnspsychologische functie: wie? wat? hoe?

moderatoren

Evelien Coppens, projectleider, LUCAS, KU Leuven

Chantal Van Audenhove, directeur, LUCAS, KU Leuven

discussianten

Jan De Clercq, directeur, Federatie van Diensten voor Geestelijke Gezondheidszorg

Koen Lowet, klinisch psycholoog, voorzitter, Vlaamse Vereniging voor Klinische Psychologie

Jan Van Speybroeck, directeur Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid


Een goed uitgebouwde geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijn is onontbeerlijk om goede gemeenschapsgerichte zorg te kunnen realiseren. Een psycholoog in de eerste lijn zorgt voor een laagdrempelige en generalistische aanpak van milde psychische problemen in een vroeg stadium. Minister Vandeurzen lanceerde in september 2011 een oproep voor projecten om te experimenteren met een eerstelijnspsychologische functie (ELPF) in verschillende settings, verspreid in heel Vlaanderen.

Zeven projecten werden geselecteerd en kregen de opdracht om volgende drie kernopdrachten te realiseren:

• kortdurende generalistische zorg leveren bij niet-complexe psychische klachten

• samenwerken met andere hulpverleners vanuit het model van getrapte zorg

• vroegdetectie en vroeginterventie bij psychische problemen bevorderen.

LUCAS voert in opdracht van het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin een onderzoek uit naar de invoering van de ELPF door de zeven projecten. Binnen het onderzoek worden de doelgroep in kaart gebracht, kritische succesfactoren en knelpunten geïdentificeerd en de tevredenheid van zorgverstrekkers en cliënten onderzocht. Het onderzoeksproject resulteert uiteindelijk in een advies naar de minister over een verdere uitrol van de ELPF in Vlaanderen.

Voorafgaand aan de discussie worden de voornaamste onderzoeksresultaten kort voorgesteld. Vervolgens wordt met het publiek gediscussieerd over volgende discussiepunten:

• In welke setting dient de ELP te werken?

• Wat zijn vereiste competenties van de ELP en welke opleiding is noodzakelijk?

• Welke kernopdrachten zijn prioritaire?

• Wie kan doorverwijzen naar de ELP?

• Hoe verloopt de samenwerking met de huisarts best?

 

D04

Mozes versus de berg. Moet de patiënt naar de hulpverlener komen of de hulpverlening naar de cliënt?

moderator

Gunther Degraeve, psychiater, PC Dr. Guislain / CGGZ (COVER-team)/ outreach-team (MIC)/ ambulante praktijk, Maldegem


Bijdrage teruggetrokken.
 

dinsdag 16 september 2014 16u00-17u30

D05

Familiewerking bij ernstige psychiatrische problemen (borderline)

moderator
Margo Van Landeghem, klinisch psycholoog, familietherapeut, trainer familietraining ‘omgaan met borderline’, PC Duffel

discussianten
Kris Van Eycken, klinisch psycholoog, familietherapeut, trainer familietraining ‘omgaan met borderline', PC Duffel

Hanne De Mey, ervaringsdeskundige
Catharina Wagemans, ervaringsdeskundige

Josette Monsieurs, vrijwilligerscoach, Similes


Afdelingen De Spinnaker en Arkel in het PC Duffel bieden residentiële en dagtherapeutische behandeling aan voor patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis aan de hand van de Dialectische Gedragstherapie (DGT) van Marsha Linehan. DGT stelt dat de patiënt de eigen case-manager is, zelf verantwoordelijk is voor de communicatie met zijn omgeving. In de praktijk zien we dat familie zich onvoldoende gehoord voelt, overbelast raakt en met vragen blijft zitten over hoe om te gaan met zijn familielid. Ook patiënten zelf voelen zich dikwijls niet vaardig genoeg om de vaak jarenlange interactiepatronen met hun omgeving zomaar te veranderen. Er dient extra ingezet te worden op de relaties van patiënt met zijn naasten, omdat net ook daar de problematiek zich afspeelt. Een psychiatrisch probleem is niet alleen het probleem van de patiënt zelf en meerdere partijen kunnen bijdragen aan herstel.

In samenwerking met Similes en met de steun van het Fonds Gert Noël zijn we gestart met een familietraining ‘hoe omgaan met borderline’ voor familieleden van patiënten met borderline. De training heeft onder meer als doel om meer betrouwbare relaties tussen de familieleden te verwezenlijken en de levenskwaliteit van zowel patiënt als omgeving te verhogen. Wij stellen graag in een discussie met andere hulpverleners en geïnteresseerden onze familietraining voor om nadien over een aantal uitdagingen te debatteren rond het betrekken van de omgeving bij de behandeling: privacy, het relatief gesloten karakter van psychiatrie, verantwoordelijkheid, de therapeutische taal, …

 

D06

Discussie doelgroep jongvolwassenen

moderator

Kris Martens, klinisch psycholoog, De Zeilen 1, jongvolwassenen, Asster, Sint-Truiden

discussianten

Geert Everaert, kinder- en jeugdpsychiater, Unit Jongvolwassenen, Kliniek Sint-Jozef vzw, Pittem
Dirk Moons, psychiater, jongvolwassenenteam, CGG VAGGA, Antwerpen

Steven Dewulf, zorgmanager de Zeilen 1, jongvolwassenen, Asster vzw Sint-Truiden
Miet Suy, kinder- en jeugdpsychiater, afdeling jongvolwassenen, Psychiatrisch Centrum Caritas, Melle


De overgang van adolescentie naar volwassenheid is een speciale periode die de laatste tientallen jaren sterk veranderde. Het lijkt steeds meer op een aparte overgangsperiode; jongeren herdefiniëren hun relaties met familie en vrienden, studeren verder of zijn zoekend op de arbeidsmarkt. Dit vertaalt zich ook demografisch: er wordt gemiddeld langer gestudeerd, later getrouwd en later aan kinderen begonnen. Hierbij zijn ook de verwachtingen van de maatschappij ten opzichte van deze jongeren veranderd: deze jaren worden gezien als jaren van verandering en exploratie. Jongeren worden in deze periode langer ondersteund door hun ouders, ook op financieel vlak.

Deze tendens is echter nog niet helemaal doorgedrongen in de geestelijke gezondheidszorg vandaag. Dit leent zich tot een zinvol onderwerp ter discussie:

• Wat zou een zinvol hulpverleningstraject zijn voor de jongvolwassene?

• hoe kan de jongere als jongvolwassene uitstromen in de kinderhulpverlening?

• hoe kan de jongvolwassene instromen in de volwassenenhulpverlening?

• hoe kunnen bestaande zorgpaden op elkaar afgestemd worden zodat de zorg voor de jongvolwassene ook past binnen de tendens van vermaatschappelijking van zorg?

 

woensdag 17 september 2014 09u15-10u45

D07

Herstelondersteunende zorg in een acute opnamesetting: utopie of haalbarekaart

moderator

Joris Van Roy, psychiater, algemene regionale psychiatrie Prisma, PZ Broeders Alexianen, Tienen

discussianten

Filip Hermans, ervaringsdeskundige

Asia Mierzejewska, psychiater

Luc Rummens, psychiatrisch verpleegkundige

Kristel Verheyden, teamcoördinator

Kim Isecke, psychologe

Allen werkzaam in algemene regionale psychiatrie Prisma, PZ Broeders Alexianen, Tienen

De herstelondersteunende zorg wint steeds meer aanhang in het ggz-landschap waar het een ingrijpende paradigmashift teweegbrengt. Doorgaans wordt deze herstelvisie geassocieerd met langdurige zorg en rehabilitatie waarbij begrippen zoals participatie, krachtgerichte benadering, ervaringsdeskundigheid, empowerment en presentie een nieuwe wind laten waaien bij patiënten en hulpverleners.

In onze algemene regionale psychiatrische afdeling Prisma hebben we de herstelvisie centraal gesteld. Het is onze overtuiging dat deze verrijkend kan zijn voor het volledige zorgtraject, dus ook in een acute opname-setting. Het blijkt in de praktijk echter minder evident om herstelgericht te werken als je geconfronteerd wordt met acute psychiatrische ziektebeelden zoals suïcidaliteit en agitatie, vaak in een gedwongen behandelingskader. Toch willen we stilstaan bij de uitdaging die de herstelvisie hierbij vormt. Hoe kan je een patiënt in volle crisis krachtgericht benaderen? Hoe kan je de gedwongen opgenomen patiënt - die volgens de wet een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving - de regie over zijn behandeltraject geven? Waar sta je met de herstelbenadering na een agressie-incident of na middelengebruik op de afdeling? Hoe ga je in deze behandelfase herstelgericht om met het natuurlijke en professionele netwerk van de patiënt?

Met een panel van hulpverleners en ervaringsdeskundigen gaan we vanuit onze eigen ervaring en via enkele krachtige stellingen het debat aan en hopen op deze wijze de implementatie-radius van de herstelbeweging in de acute zorg te verbreden.

 

woensdag 17 september 2014 11u15-12u45

D08

Duel of duet? Klinische versus ambulante psychotherapie voor mensen met persoonlijkheidsproblemen

moderator
Joris
Vandenberghe
, docent Faculteit Geneeskunde, KULeuven

discussianten

Myriam Van Gael, zorginhoudelijk coördinator MozAïek, afdeling klinische psychotherapie voor mensen met persoonlijkheidsproblematiek, PC Sint-Amedeus, Mortsel

Guido Pieters,hoofddocent KU Leuven, UPC KU Leuven, deeltijds netwerkcoördinator transmuraal 107-project Leuven-Tervuren

Virginie Debaere,assisterend academisch personeel, Vakgroep Psychoanalyse en Raadplegingspsychologie, Faculteit Psychologie & Pedagogische Wetenschappen, Universiteit Gent

Greet Claes, ervaringsdeskundige, werkgroep DENK (Door ervaring naar kennis) VLABO

 

In tijden van ambulantisering van zorg lijken stemmen op te gaan die verkondigen dat langer durende klinische psychotherapie overbodig of zelfs schadelijk is. Er wordt beweerd dat het langdurig opnemen van mensen met ernstige identiteits- of hechtingsstoornissen een al te dure oplossing is, die cliënt en maatschappij niet dient.

Is het inderdaad zo dat klinische psychotherapie volledig te vervangen is door ambulante vormen van psychotherapie en zorg? Gaat voor deze groep cliënten binnenkort ook een mobiel team aan het werk?

Kan een klinische behandeling een verschil maken, en zo ja op welk gebied? Gaat het dan over verschil in indicatie, in aanbod of aanpak, in het beoogde behandelproces of –resultaat? Of bepaalt de mensvisie van waaruit het (residentieel of ambulant) aanbod gestructureerd wordt, het resultaat?

Is het bij deze groep cliënten realistisch te streven naar een echte verandering van de persoonlijkheid (traditioneel het doel van klinische psychotherapie) of is vooral ondersteuning in de richting van herstel aangewezen?

Welke zijn de mogelijke nadelen en valkuilen van een langdurige klinische behandeling voor deze doelgroep? Welke zijn de mogelijke nadelen en valkuilen van ambulante of kortdurende klinische behandeling?

Kan of moet er voortaan vooral vraaggericht gewerkt worden?

Wat leert ons onderzoek op dit gebied?

We leggen deze vragen voor aan een panel. Dit panel bestaat uit twee clinici, waarvan de ene voorstander is van  ambulant werken met deze cliënten en de andere juist in de kliniek werkt, één onderzoeker die met effectiviteitsonderzoek bezig is op dit terrein en een ervaringsdeskundige die bekend is met beide vormen van psychotherapie. De moderator is vertrouwd  met de psychotherapeutische praktijk.

 

D09

netwerkcoördinatie internering

moderator

Ali Van der Auwera, netwerkcoördinator internering vanuit FOD Volksgezondheid, Vlaams Brabant en Nederlandstalig Brussel

Discussianten

Annemie Deckers, netwerkcoördinator internering, FOD Justitie

Anneleen De Smedt, netwerkcoördinator internering vanuit FOD Volksgezondheid, Vlaams Brabant en Nederlandstalig Brussel

Katelijne Seynnaeve, netwerkcoördinator internering, FOD Justitie

Ellen Vandenplas, netwerkcoördinator internering vanuit FOD Volksgezondheid, Antwerpen en Limburg


De toenemende vermaatschappelijking van de zorg en de toepassing van artikel 107 van de ziekenhuiswet brengt een nieuwe dynamiek in het zorglandschap: naar een betere gezondheidszorg door de realisatie van zorgcircuits en zorgnetwerken. Via een aantal sleutelfuncties streeft men naar een globale en geïntegreerde aanpak. In navolging van deze ontwikkeling heeft de federale overheid opnieuw geïnvesteerd in het kader van het meerjarenplan internering. Het doel van dit meerjarenplan is de uitbouw van een zorgcircuit voor geïnterneerden in navolging van de filosofie van artikel 107. Ter realisatie van dit plan werden er medio 2013 per hof van Beroep netwerkcoördinatoren internering vanuit de federale overheid dienst Volksgezondheid aangesteld. Zij werken samen met de sinds 2012 aangestelde netwerkcoördinatoren vanuit de federale overheid dienst justitie. Binnen elk werkingsgebied werden overlegstructuren opgericht bestaande uit diverse partners van zorg en justitie. Sinds begin 2014 zijn er in Vlaanderen ‘schakelteams’ actief. Het schakelteam faciliteert de in-, uit- en doorstroom van geïnterneerden in het zorglandschap en werkt op vraag van justitie en van het netwerk.

Uitgaande van deze recente beweging willen de netwerkcoördinatoren een interactieve discussie aangaan over volgende stellingen:

• Geïnterneerden horen omwille van de gepleegde strafbare feiten en het recidiverisico niet thuis in de ggz

• Iedere geïnterneerde heeft recht op een adequate behandeling én integratie in de maatschappij

• Afzonderlijke zorgcircuits zijn voor alle geïnterneerden noodzakelijk/wenselijk

• Opname en behandeling van een geïnterneerde moet afdwingbaar zijn.

 

woensdag 17 september 2014 13u45-15u15

D10

Meerstemmigheid in de geestelijke gezondheidszorg. Naar een nieuw kennismodel?

moderator

Tinne Vandensande, adviseur, Koning Boudewijnstichting, Brussel

inleider en discussiant
Emmanuel Nelis
kinder- en jeugdpsychiater AZ Sint-Lucas, Brugge / voorzitter Fonds Julie Renson

discussianten

Mark Leys, socioloog, professor, vakgroep medische sociologie, VUBrussel 

Else Tambuyzer, projectverantwoordelijke geestelijke gezondheid, Vlaams Patiëntenplatform

Koen De Maeseneir, coördinator, Familieplatform GGZ


Het huidige hiërarchische kennismodel heeft moeite met andere dan professionele of evidence based kennis. De discussie over de integratie van wetenschappelijke en ervaringskennis in de ggz hapert, we blijven ter plaats trappelen ondanks de aan de gang zijnde structurele hervorming. 

Hoe kan ervaringskennis beter geïntegreerd worden dan vandaag het geval is, wat betekent dat voor het huidige kennismodel? Hoe kunnen we zorgen voor een continuüm in de kennisopbouw? Wat belet de actoren en het beleid om de volgende stap te zetten: gebrek aan visie, of onbehagen bij de toenemende complexiteit en onzekerheid?

Deze en andere vragen komen aan bod in een panelgesprek dat meerstemmigheid ambieert door de directe betrokkenheid van verschillende stakeholders. Het is de bedoeling om een stap verder te gaan in deze discussie op basis van onderzoek, inzichten en ervaringen van panelleden en geïnteresseerde deelnemers.