16 en 17 september 2014
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Wie ben ik voor u? Mensbeelden in de geestelijke gezondheidszorg

werkwinkels

Dinsdag 16 september 2014 11u30-13u00

W01

Behind treatment: cliënten en hulpverleners samen op de sofa

Viviane Heylen, psycholoog, PC Sint-Hiëronymus, Sint-Niklaas

Niki De Prijcker, psychiatrisch verpleegkundige, PC Sint-Hiëronymus, Sint-Niklaas


Vier jaar terug maakten we de keuze om een radicale koerswijziging door te voeren in ons behandelaanbod. We opteerden voor een programma gebaseerd op de principes van de Dialectische gedragstherapie (DGT). Eén van de belangrijke uitgangspunten in een DGT-benadering is het principe van de ‘consultatie aan de patiënt’.

In deze werkwinkel willen we achterhalen wat het werken volgens dit principe doet met zowel cliënten als met hulpverleners. Hoe is het voor hulpverleners om los te laten, niet over te nemen, etc. ...? Welke spanningen brengt dit bij hen teweeg? Hoe hebben zij geleerd deze spanningen te hanteren? Hoe onwennig/onzeker maakt het hulpverleners wanneer een team niet meer gaat ‘over’ maar nu samen ‘met’ cliënten?... ‘Constructief confronteren’, hoe kun je het leren en loop je er niet van weg? Hoe ervaren cliënten de ruimte om zelf keuzes te (moeten) maken, geen oplossingen aangereikt te krijgen van de behandelaars? Hoe leren ze omgaan met het voortdurend en consequent aangesproken worden op hun commitment? Wat is er nodig om confrontaties te leren zien als belangrijke leermomenten?

Aan de hand van een sofa-gesprek, met zowel hulpverleners als cliënten, geleid door een professionele moderator, hopen we u een inkijk te geven in de moeilijke trajecten die de deelnemers aflegden om zich bovengenoemde vaardigheden en basisattitude eigen te maken.

Leerdoelen

Hulpverleners ondersteunen in het leren verdragen van spanningen die het niet (kunnen) aanbieden van oplossingen met zich mee kan brengen.

Methode

U bent getuige van een openhartig en diepgaand interview met cliënten en hulpverleners.

Bij aanvang wordt u een toekomstgerichte vraag voorgelegd, u bent zelf verantwoordelijk voor het al dan niet beantwoord krijgen van uw vraag tegen het eind van deze werkwinkel.
Max. aantal deelnemers: 30


W02

Wolven in schapenvacht. Over de complexiteit van de samenwerking binnen de hulpverlening

Luc Declercq, zelfstandig opleider, supervisor, therapeut, Koersel-Beringen

 

De hulpverlening is een complex samenspel van cliënten, hulpverleners, de organisatie en de maatschappelijke context. Bij een gezond samenspel, waarbij de actoren hun eigenheid en kracht kunnen inzetten, leidt dit tot een boeiend, creatief denken en handelen. Aan inzet, motivatie en deskundigheid ontbreekt het de hulpverlening zelden. Deze complexiteit en de specifieke kwetsbaarheden van de verschillende actoren, kan eveneens aanleiding geven tot destructieve dynamieken en gestagneerde samenwerkingspatronen. De medespelers worden a.h.w. “wolven in schapenvacht”. Er wordt nog weinig met elkaar gecommuniceerd of enkel vanuit heftige emoties. Allerlei misverstanden, onenigheden, slepende conflicten, onvrede, roddels én andere ronddwalende geesten versterken alleen maar de stagnatie en de onmacht. En dit ondanks de grote inzet van iedereen.

We gaan uit van een experiëntieel-systemische visie. Niets staat op zichzelf maar is steeds verbonden en in wisselwerking met een bredere omgeving. Vanuit de ervaring en met aandacht voor deze wisselwerking, willen we in deze werkwinkel de actoren van dit complexe samenspel in hun kracht en kwetsbaarheid nader bekijken. Tevens gaan we na welke voorwaarden bepalend zijn voor een goede, bevredigende ontwikkeling van mens en organisatie. Er worden mogelijkheden aangereikt om verstarringen opnieuw te doorbreken.

Leerdoelen

  • Inzicht verwerven in de kracht en kwetsbaarheid van de verschillende samenspelers binnen het werkveld van de hulpverlening (ggz).
  • De deelnemers uitnodigen stil te staan bij de eigen dynamiek en de dynamiek van hun werkveld.
  • Voorwaarden en mogelijkheden bespreken voor een vruchtbare samenwerking.

Methode

  • inleidende lezing
  • filmfragmenten
  • vragen ter overweging en discussie
Max. aantal deelnemers: 25


W03

Verpleegkundig co-therapeutschap:  een hefboom binnen een herstelbevorderend leefklimaat

Geert Capoen, hoofdverpleegkundige, PZ Heilig Hart, Ieper

 

Binnen de begeleidingsrelatie met “moeilijke” mensen word je als hulpverlener vaak geconfronteerd met conflicten, crisissen, ... kortom situaties die voor heel wat onmacht zorgen. Bij het implementeren van een herstelbevorderende context is de coachende rol van een persoonlijke begeleider (= co-therapeut) een belangrijke schakel. In deze werkwinkel vertellen wij vanuit onze praktijkervaring hoe je veel van die onmachtsituaties kan voorkomen en hoe je ze, als ze zich toch voordoen, kan omturnen van incidenten tot leermomenten. Via het concept co-therapeutschap beogen we in eerste instantie dat aangeleerde cognitieve prothesen binnen verschillende contexten worden geoefend zodat de cliënt ze maximaal kan internaliseren en gewoon worden.

Ruimer is er tevens ook “winst” op volgende domeinen:

  • Op niveau van de cliënt: empowerment verhogen
  • Op niveau van de co-therapeut: persoonlijke groei en zelfzorg verhogen
  • Op niveau van de therapeut: kwalitatieve en kwantitatieve daadkracht van de therapeutische interventies
  • Op niveau van teamwork: de samenwerking binnen de diverse disciplines verhogen

Deze methodiek leidt onomwonden tot een verlaagd Expressed Emotion-klimaat binnen de werkrelatie alsook binnen het therapeutisch leefklimaat.

Leerdoelen

  • Deelnemers maken kennis met het concept en staan stil bij hun huidige rol in de ruimere begeleiding van een cliënt.
  • Deelnemers ervaren meer veiligheid bij confrontatie met onmachtssituaties en slagen erin incidenten te beschouwen als leermomenten.
  • Deelnemers communiceren op een transparante manier en op metaniveau over het herstelproces met de cliënt en andere zorgpartners.

Methode

Het concept co-therapeutschap wordt vanuit de praktijkervaring toegelicht, praktische handvatten worden aangereikt. Een korte theoretische inleiding van het concept wordt in de praktijk omgezet via eigen casusmateriaal en dat van deelnemers, alsook via interactie tussen de deelnemers.
Max. aantal deelnemers: 30

 

W04

Rouwtherapie: tussen presentie en interventie

Johan Maes, zelfstandig psychotherapeut, Gent

 

Verkenning van het Duale Procesmodel van verlies en rouw gebaseerd op hechting, coping, emotieregulering, betekenisgeving. Een nieuw rouwparadigma vertrekt vanuit de hechting en de onverbrekelijke band over de dood heen. Rouwtherapie beweegt zich heen en weer tussen presentie en het kunnen verdragen en containen wat onverdraaglijk is, enerzijds en het inzetten van meer directieve technieken en instrumenten waar rouw gestold is, het leven bevroren of het verlies overspoelend en traumatisch, anderzijds. Er wordt kort ingegaan op de de nieuwe diagnostiek rond gecompliceerde rouwstoornis en de therapeutische benadering ervan. Aan de hand van een korte reflectie-oefening rond een 'linking object' en een re-memberingsoefening en een getuige-oefening kunnen de deelnemers zelf iets ervaren van het belang van een blijvende (constructieve) binding met een overleden dierbare voor het behoud of de herdefiniëring van onze identiteit.

Leerdoelen

  • Kennismaken met de nieuwste inzichten op het terrein van het rouwfenomeen, meer in het bijzonder inzicht krijgen in het Duale Procesmodel als copingmodel en het kunnen toepassen in eigen praktijk.
  • Kennismaken met de diagnostiek rond gecompliceerde rouw en de implicaties voor opname in de DSM-5.
  • Kennis van adequate benadering van rouwtherapie dat zich heen en weer beweegt tussen presentie en interventie.
  • Zelf ervaren van het belang van hechting en blijvende verbinding over de dood heen en dit kunnen toepassen in eigen praktijk.

Methode

  • Korte theoretische inleiding en omkadering.
  • Een persoonlijke reflectie-oefening rond een 'linking object' met uitwissing.
  • De outsider-witnessoefening.
  • De re-memberingoefening waarbij aan de hand van een vragenlijst iemand wordt herinnerd, in drietallen, met nabespreking in groep.

Max. aantal deelnemers: 30

 

W05

Labyrint

Chris Deleu, DGT-trainer, Sint-Kruis Brugge

 

In het labyrint verliest men zich niet, in het labyrint vindt men zich (O. Kern). De hulpverlener en de hulpvrager op zoek naar zichzelf - in dienst van elkaar. Bewegend naar binnen en naar buiten. Ademend met aandacht voor wie ik ben voor u. Wie ben ik voor u?

Leerdoelen

De deelnemer gaat op zoek naar wie hij/zij is voor wie hem/haar zoekt. Een antwoord kan klinken vanuit de stilte. De deelnemer bedenkt geen antwoord maar vindt het en wisselt daarover van gedachten met de andere deelnemers.

Methode

De deelnemer wandelt traag naar het midden met de vraag "Wie ben ik voor u?" Onderweg klinkt misschien een antwoord uit de stilte, onbedacht. Eenmaal uit het labyrint schrijft hij één woord of één zin op een groot stuk papier, een poëtische poster.
Max. aantal deelnemers: 30

 

Dinsdag 16 september 2014 14u00-15u30

W06

Angst bekeken vanuit een gestalttherapeutisch perspectief

Maya van Zelst, klinisch psychologe, gestalttherapeute, Instituut voor Communicatie, Kortrijk

 

Binnen deze werkwinkel wil ik een blik werpen op de huidige visie van de gestalttherapie op psychopathologie met angst als concrete insteek. Binnen gestalttherapie vormt het contact en de wisselwerking persoon – omgeving de eerste realiteit en de relatie cliënt-therapeut vormt dan ook het belangrijkste werkinstrument. We maken als therapeut zelf deel uit van het contact met onze cliënt, dus ook van de co-creatie van het therapeutisch proces. We vertrekken dus niet vanuit het gestoorde of pathologische van de cliënt an sich (individueel perspectief) maar wel vanuit de mogelijkheden of onmogelijkheden om in contact te treden (relationeel perspectief).

Zoals alle vormen van pathologie, hebben ook angst en paniek hun betekenisvolle ontstaans-grond en redenen van bestaan. Angst ontwikkelt zich net zoals andere psychopathologische verstoringen vanuit het zoeken naar ‘de best mogelijke manier' om zich af te stemmen en in contact te blijven met de situatie en omgeving. Deze relationele kijk, met inzet van het therapeutisch contact als instrument, vormt hierbij ons uitgangspunt.

Leerdoelen

  • Zicht krijgen op hoe er vanuit gestalt-perspectief naar ‘pathologie’ wordt gekeken en hoe dat zijn vertaling vindt in de therapeutische relatie bij het werken met angst.
  • Ervaren wat er werkt en niet werkt binnen een therapeutisch contact wanneer we met angst werken (oefening).
  • Hoe nemen we verantwoordelijkheid als therapeut voor onze eigen achtergrond, onze eigen angsten, ervaringen en zelfzorg hierbij?

Methode

Na een algemene introductie over hoe we vanuit de gestalttherapie naar pathologie en meer bepaald naar ‘angst’ kijken, gaan we over naar het uitwisselen van ervaringen en het werken in kleinere groepjes daarrond.

Van daaruit zien we welke mogelijkheden er zich aandienen om in de actuele (oefen)situatie tot therapeutische interventies te komen.
Max. aantal deelnemers:
30

 

W07

De geur van de kiezelstenen gaf me troost

Een lichaamsgerichte interactieve benadering vanuit de Pessopsychotherapie

Johan Maes, Pessopsychotherapeut, opleider, Gent
Michiel Van Hooff, huisarts, psychotherapeut, Antwerpen

 

Het mensbeeld dat Al Pesso hanteert, kadert in een psychodynamische, humanistische en persoonsgerichte traditie. Centraal staat de interactieve lichaamsbeleving en de lichaamstaal, het model van de basisbehoeften, de therapeut als getuige en bondgenoot van het gekwetste kind, het werken met het alternatieve verhaal met correctieve beelden en ervaringen. We willen vooral tijd maken voor het ervaren van deze methode via enkele oefeningen.

Leerdoelen

Door lijfelijke ervaring van menselijke interactie ontvouwt zich een betekeniskader dat voor elke deelnemer refereert naar eigen verlangen en persoonlijke geschiedenis. Wie dat wil kan daar kort dieper op ingaan.

Max. aantal deelnemers: 30

 

W08

Het proces van de cliënt vanuit vier perspectieven

Árpi Süle, psychotherapeut, deelwerking Zuid, CGG Brussel, Vorst

 

In het cliëntgerichte/experiëntiële paradigma wordt een psychisch gezond persoon gezien als iemand die procesmatig functioneert, d.w.z. steeds in groei en verandering. Psychische problemen worden daarentegen gezien als gevolg van stagnaties of blokkades in het procesmatig functioneren. Om deze stagnaties vast te stellen werd het concept procesdiagnose uitgewerkt.

In deze werkwinkel bekijken we het proces van de cliënt en diens stagnaties vanuit vier perspectieven. Ten eerste als een proces van betekenisgeving waarbij men zichzelf en de gebeurtenissen in zijn leven probeert te begrijpen. Ten tweede als het ervaringsproces waarbij men zijn indrukken van de wereld constant verwerkt tot bewuste ervaringen. Ten derde als een relationeel proces waarbij men in interactie staat met anderen en probeert een evenwicht te houden tussen eigen behoeften en die van anderen. Ten laatste als het bestaansproces waarbij iemand de mogelijkheden die vervat zijn in zijn leven tracht te verwezenlijken.

Aan de hand van enkele ervaringsgerichte oefeningen proberen we de stagnaties in concrete casussen uit de praktijk van de deelnemers vast te stellen. We kijken hoe deze vier perspectieven met elkaar samenhangen en wat zou helpen om het proces van de cliënt weer in beweging te brengen.

Referentie

Süle, Á. (2013). Procesdiagnose in vier perspectieven. Een integratieve kijk op therapeutische verandering. Tijdschrift voor Psychotherapie, 39(2), 100-114

Leerdoelen

Het herkennen van stagnaties in het proces van de cliënt aan de hand van vier perspectieven.

Methode

Via enkele ervaringsgerichte oefeningen en vragen worden de deelnemers uitgenodigd om naar concrete casussen van hun eigen praktijk te kijken. In paren of in kleine groepen wordt er samen gezocht naar de stagnaties in het proces van de cliënt op deze vier niveaus.
Max. aantal deelnemers: 30

 

W09

De Veiligheidskaart als methode voor dialoog en samenwerking bij geweld in partnerrelaties

Mieke Faes, staflid-opleider, Interactie-Academie vzw, Antwerpen

 

In situaties van huiselijk geweld wordt in de hulpverleningspraktijk nog te weinig gewerkt met de partners samen. Dit heeft te maken met de grote complexiteit en de hoge spanningsgraad van deze gesprekken. Er ontstaat druk om het geweld te stoppen, liefst onmiddellijk, en deze samenlevingsdruk wordt door de hulpverlener binnengebracht. Hierdoor wordt verbinding met de partners verloren en worden samenwerking en dialoog bemoeilijkt. De paren voelen dwang en beschuldiging en haken af. De machteloosheid van zowel de hulpverlener als het paar nemen in de loop van de gesprekken toe en verandering wordt geblokkeerd.

De vraag die we ons in de werkwinkel stellen is, hoe je het geweld kunt stoppen en tegelijk voeling kunt houden met de leefwereld, de taal en de beleving van de partners. Door te werken met de methodiek van de veiligheidskaarten brengen we afstand, beweging en reflectie in het hulpverleningsproces. Hierdoor creëren we kansen voor nieuwe ruimte, verbondenheid en dialoog.

Leerdoelen

  • Door beweging, afstand nemen en gebruik van visualisatie dialoog en samenwerking tussen therapeut en partners vergroten.
  • Door gebruik van creatieve methodieken nieuwe mogelijkheden creëren in de gesprekken en het gevoel van machteloosheid verminderen.

Methode

  • Visualisatie op grote vellen papier (verschillende gebieden in de veiligheidskaart).
  • Gebruik van verschillend creatief materiaal.
Max. aantal deelnemers: 30

 

W10

Het Ontwikkelingshuis: Een kijk op de co-evolutie van kinderen en gezinnen

Greet Splingaer, coördinator Rapunzel vzwBeringen

 

In de hulpverlening aan gezinnen worden we geregeld geconfronteerd met allerhande vragen en problemen met een sterk kindgerichte focus. Als gezinstherapeut is het belangrijk om deze vragen te plaatsen binnen een breder eco-systemisch perspectief. Verandering, groei en ontwikkeling zijn dan niet meer enkel zaak van een individu maar horen bij een context.

Immers, enerzijds beïnvloeden kinderen en jongeren door hun eigen ontwikkeling de gezinsontwikkeling. Maar even goed beïnvloedt de gezinsontwikkeling de persoonlijke evolutie van het kind. Dit is een co-evolutief proces. De uitdagingen, mogelijkheden en beperkingen van een individueel ontwikkelingstraject zijn dan ook maar te begrijpen vanuit een complex van factoren. Via symptomen en klachten spreken kinderen en jongeren niet alleen over hinderpalen en beperkingen in hun eigen ontwikkeling maar ook over de uitdagingen waar hun gezin voor staat. We kunnen dit begrijpen als een co-stagnatie. Dit kan betrekking hebben op mogelijk fase-overgangen in hun gezin of over kernthema’s die intergenerationeel gevoelig liggen.

In deze werkwinkel illustreren we een ziens- en werkwijze waarbij individuele ontwikkeling en gezinsontwikkeling hand in hand gaan. We focussen op de mogelijkheid van co-evolutie van kinderen en gezinnen en dit binnen verschillende ontwikkelingsthema’s.

De metafoor van het ontwikkelingshuis biedt ons een raamwerk om individuele problematieken op een respectvolle manier breder te kaderen en te behandelen.

Leerdoelen

  • Kennismaking met een eco-systemische visie op groei en ontwikkeling.
  • Betekenis van co-evolutie tussen kinderen en gezinnen binnen de verschillende ontwikkelingsthema’s.
  • Mogelijkheden voor behandeling van geco-stagneerde groei en evolutie met aandacht voor kinderen.

Methode

Presentatie, oefening en reflectie
Max. aantal deelnemers: 40

 

W11

Herstel in beeld gebracht: een participatieve benadering via PhotoVoice

Tom Vansteenkiste, zorginhoudelijk coördinator en psycholoog, vzw De Link, Berchem

Sven Ceustermans, begeleider MTA De Link, Berchem
Anneke Schreurs, creatief therapeute, PC Sint-Amadeus, Mortsel
 

De methodologie van Photovoice (Wang & Burris, 1997) wordt voorgesteld aan de hand van een (onderzoeks)project dat sinds 2013 loopt binnen PC Sint-Amedeus, Mortsel en vzw De Link, Berchem. Dit project is gericht op de betekenisgeving van herstel door cliënten zelf. Het herstelconcept wordt door deelnemers aan het project in beeld gebracht via PhotoVoice en gedeeld binnen een groepsproces.

PhotoVoice is een visueel-narratieve methodiek die vele toepassingsgebieden kent. Het doel is mensen op actieve wijze een stem te geven d.m.v. visueel materiaal. De deelnemers maken zelf foto’s waarmee ze eigen levenservaringen en betekenisvolle thema’s in beeld brengen. Aan de hand van deze foto’s worden ervaringen gedeeld en gecommuniceerd.

Photovoice is gebaseerd op het concept dat ‘mensen de experts zijn van hun eigen levens’. De participatieve opzet d.m.v. PhotoVoice is in die zin innovatief, gezien dat het qua visie nauw aansluit bij het herstelconcept als Personal Recovery (Slade, 2009) waarbij participatie en actieve betrokkenheid eveneens sleutelelementen zijn.

Referenties

Wang, C. & Burris, M.A. (1997). Photovoice: concept, methodology, and use for participatory needs assessment. Health Education & Behaviour, 24 (3), 369-387

Slade, M. (2009). Personal Recovery and Mental Illness, a guide for mental health professionals. Cambridge, Cambridge University Press

Leerdoelen

  • Participanten het concept van Photovoice laten kennen.
  • Naast een theoretisch luik ook ervaringsgericht aanleren wat de zinvolheid van Photovoice kan zijn binnen de geestelijke gezondheidszorg.
  • Praktische handvatten en inspiratie aanreiken om Photovoice toe te passen in de eigen praktijk

Methode

Een kort theoretisch luik stelt Photovoice voor. Het tweede deel is - geheel in lijn van PhotoVoice zelf - praktisch en participatief. Beelden van het lopende project worden getoond en besproken met de deelnemers om zo de methodiek van PhotoVoice zelf te ervaren.

Max. aantal deelnemers: 30

 

Dinsdag 16 september 2014 16u00-17u30

W12

Aandacht geven aan de experiëntiële stroming in ggz: gestalttherapie in een psychiatrisch ziekenhuis. De ‘maizena’ voor en van organisatieontwikkeling

Lieven Vanlangenaeker,verantwoordelijke kwaliteit en organisatie, OPZC, Rekem

 

Onder het mom 'wat je aandacht geeft groeit' is in het OPZC Rekem een beweging ingezet naar een positief waarderende benadering van de respectvolle relatie. Zowel tussen de hulpverlener en de patiënt als tussen medewerkers onderling. De beweging situeert zich op persoonlijke ontwikkeling (onthaal, zelfzorg, helende relatie), professionele ontwikkeling (goede psychiatrische behandeling), leiderschapsontwikkeling (themasessies, ontbijtsessie) en teamontwikkeling (begeleide intervisie, leergroepen).

Contact, figuur achtergrond, gewaar zijn,...de inspiratie uit gestalttherapie en experiëntiële collega's wordt geïntegreerd met het beste wat werkt. 650 medewerkers in hun werk aan het leren krijgen: dat is de permanente uitdaging, in respect voor de diversiteit. We zetten in op waarden als verbondenheid en zorgzaamheid. De weg is nog lang de uitdaging zeer groot en ambitieus. You can blow out a candle but you can't blow out a fire.

Leerdoelen

    • Inzicht/ervaren 'Hoe werkt organisatieontwikkeling' in een middelgroot psychiatrisch ziekenhuis (OPZC Rekem).
    • Inzicht/ervaren 'Hoe wordt ervoor gezorgd dat persoonlijke, professionele-, leiderschaps- en teamontwikkeling. complementair lopen en een nieuwe cultuur bereiken?
    • Inzicht/ervaren 'Hoe kan de gestalttherapie en cliënt -experiëntiële stroming 'grond' en inspiratie betekenen voor deze beweging?
    • Use your network!

    Methode

    • Korte introductie van het 'verhaal in OPZC Rekem', we ambiëren interactie, samen leren/werken.
    • De deelnemers leren door te werken: een opdrachten in kleine groepjes (2-4-8) uit te werken, waarna discussie in plenum. Opdrachten situeren zich op niveau van persoonlijke ontwikkeling (wat heb jij nodig voor een goede persoonlijke ontwikkeling, wie of wat kan je daarbij ondersteunen),idem voor professionele ontwikkeling, teamontwikkeling.
    • De antwoorden worden afgetoetst aan het opzet van de beweging in OPZC Rekem: we gaan in dialoog, we willen leren, we willen verbeteren.
    • We bevragen naar good practices bij de deelnemers: wat werkt goed en hoe kunnen we mekaar inspireren en helpen.
    • Netwerking
    Max. aantal deelnemers: 40


    W13

    Ik zie wie je écht bent - Schematherapeutische technieken om tot bij het 'gekwetste kind' te komen

    Wouter Stassen, klinisch psycholoog, therapeut, OPZC Rekem, Lanaken

     

    Schematherapie is een integratieve benadering van psychotherapie. Centraal staan de (niet-vervulde) basisbehoeften van patiënten en de manieren waarop hij/zij daarmee heeft leren omgaan. Mensen ontwikkelen verschillende kanten van zichzelf (modi) om pijn niet te voelen en mensen (ook hulpverleners) op afstand te houden.

    In deze werkwinkel wordt stilgestaan bij de basishouding 'limited reparenting' en de techniek 'empathisch confronteren' om tot bij de gekwetste kanten van een patiënt te geraken en helende zorg te bieden.

    Leerdoelen

    • Basaal inzicht in wat modi zijn en welke modi bestaan
    • Basaal inzicht in wat bedoeld wordt met 'limited reparenting' en hoe dit in de praktijk gedaan wordt
    • Basaal inzicht in wat bedoeld wordt met 'empathisch confronteren' en hoe dit in de praktijk gedaan wordt

    Methode

    • korte theoretische uiteenzetting
    • demonstratie
    • praktische oefening
    • vragenrondje

    Max. aantal deelnemers: 30

     

    W14

    Dynamisch balanceren: kunst én kader in het omgaan met dagdagelijkse dilemma's in de langdurige zorg

    Hildegard Janssens, zorginhoudelijke coördinator, PVT De Landhuizen / BW De Sprong, Zoersel


    Wij wonen of werken in de voorloper van functie 5 te Zoersel, waar BW en PVT sinds 2012 onder één vlag zijn gaan varen. Wij houden herstelgericht werken hoog in ons vaandel. De complexiteit van deze uitdaging groeit hoe langer wij ermee bezig zijn. Vergaderen blijkt steeds meer het omgaan met dilemma's, beseffen met welke afweging we te maken hebben én kiezen. Vraaggestuurd, dialoog- of trialoog gestuurde zorg in een context die ook niet stilstaat: een uitdaging om een kader te vinden dat niet terugvalt op zekere antwoorden noch krachteloos blijft afwegen. Een flexibel kader, het dynamisch balanceren biedt mogelijkheden om de uitdagingen van vandaag aan te gaan.

    Wie wij dan zijn voor u? Identiteit lijkt dan de kunst om telkens een antwoord op maat te formuleren. In 2014 gaan we hierover in gesprek met alle betrokkenen. In september 2014 nemen we jullie mee op reis in wat wij ervan leerden en doen we samen de oefening. Naar goeder gewoonte brengen we dit samen met bewoners, medewerkers én wie weet familie!

    Leerdoelen

    • Het ervaringsgericht beschrijven van dilemma's kan leiden tot herkenning of een eye opener zijn.
    • Het ervaringsgericht beschrijven van de idee van dynamisch balanceren kan inspireren in hoe om te gaan met de vele dilemma's die we in het werkveld tegen komen.
    • We brengen herkenbare voorbeelden uit zowel BW als PVT.

    Methode

    We brengen het thema samen met bewoners, medewerkers en indien mogelijk familie. Op basis hiervan gaan we interactief aan de slag. Hoe dit precies in zijn werk zal gaan werken we samen uit in de loop van 2014.

    Max. aantal deelnemers: 30

     

    W15

    Van Loslaten naar Verbinden:  hoe we mensen in rouw kunnen uitnodigen om verhalen te vertellen over wat hen dierbaar is

    Anik Serneels, gezinstherapeut, vormingscentrum Rapunzel vzw / UCKJA / groepspraktijk voor kind en context, PLan B, Antwerpen

    Ingrijpende veranderingen en overgangen, zoals een echtscheiding of ontslag of een overlijden of een ziekte/diagnose, kenmerken en wijzigen de levens van mensen. Mensen komen los van hun vertrouwde manier van in het leven staan. Ze rouwen over wat ze achter zich laten. Rouwverwerking wordt binnen onze samenleving geassocieerd met verlies en loslaten. Binnen de traditionele rouwtherapieën staat de aanpassing aan het verlies centraal.

    Rouwen zegt echter ook iets over wat dierbaar is voor ons, over wat we hopen, wensen en wat onze doelen zijn. Conform de postmoderne stromingen binnen de gezinstherapie, en narratieve therapie in het bijzonder, creëert de hulpverlener een veilige plek om stil te staan bij de emoties die gepaard gaan met rouw. Hiernaast is het van even groot belang om samen met gezinnen op zoek te gaan naar wat hen tijdens het rouwproces houvast biedt. Hun eigen veerkracht, kennis en sterktes worden op deze manier aangeboord.

    Leerdoelen

    Als hulpverlener ruimte maken voor zowel de pijnlijke aspecten van het rouwproces als cliënten voeling laten krijgen met wat hun rouwverhaal ons vertelt over wat belangrijk voor hen is en wat hun houvasten en mogelijkheden zijn.

    Methode

    Het werken rond het thema rouw wordt geïllustreerd aan de hand van concreet casusmateriaal. Tevens krijgen de deelnemers de mogelijkheid om op ervaringsgerichte wijze kennis te maken met een aantal narratief therapeutische interventies zoals herinneringsgesprekken en re-authoriserende gesprekken.
    Max. aantal deelnemers: 30

     

    W16

    Improviseren

    Jaak Beckers, psycholoog, gedragstherapeut, amateur jazzmuzikant, Hasselt

     

    De kern van veel problemen waarmee wij in de ggz geconfronteerd worden is vermijding. Vermijden van fouten te maken, zeker willen zijn van het resultaat vooraleer te beginnen… Wij willen garanties, weten hoe dat waar wij aan beginnen zal aflopen, dat wij geen kritiek zullen krijgen, van anderen of van onszelf. Dat speelt een rol in dwang, gegeneraliseerde angst, sociale angst, perfectionisme, …

    Dat wil zeggen dat een belangrijke, transdiagnostische attitude om onze cliënten aan te leren is: leren improviseren, dingen proberen zonder van tevoren te weten hoe het zal uitdraaien, accepteren dat het resultaat zal zijn wat het zal zijn, dat wat wij konden doen met de mogelijkheden, de context, de vaardigheden die wij op dat moment hadden. En achteraf ook, met het nodige begrip, zelfrelativering, mededogen,… accepteren wat wij gedaan hebben.

    Daarover gaat deze werkwinkel. Wie wil deelnemen moet bereid zijn zelf mee te improviseren, gebruik makend van de vaardigheden en de mogelijkheden die hij/zij op dat moment voorhanden heeft. Je mag daarvoor hulpmiddelen meebrengen: een muziekinstrument, je dansschoenen, je eigen stem,…

    Max. aantal deelnemers: 30

     

    Woensdag 17 september 2014 09u15-10u45

    W17

    Respectvol omgaan met ernstige klinische incidenten. De mens als relationeel wezen

    Lieven Vanlangenaeker, verantwoordelijke kwaliteit en organisatie, OPZC, Rekem

     

    Bijna een jaar geleden werd er door het CZV (Van Gerven et al., 2013) de richtlijn Respectvol Omgaan met Ernstige Klinische Incidenten voorgesteld en verspreid in alle ziekenhuizen. Het uitbrengen van de richtlijn heeft in de organisatie de kans gegeven om de bestaande initiatieven rond het opvangen van second victims (door het opvangteam) in een breder perspectief te plaatsen. Daardoor is er eveneens aandacht gekomen voor de first victims (de patiënt; de cliënt) en de third victim (de organisatie). De werking van het opvangteam werd ook grondig herdacht met een verschuiving naar een groepsgerichte aanpak. Aansluitend werd ook een module uitgewerkt die de zelfredzaamheid verhoogt van al de zorgmedewerkers. Door hen te empoweren hopen we op een preventief effect. Immers als de weerbaarheid verhoogt (door adequate copingmechanismen) kan de kwetsbaarheid van de medewerker begrensd en beveiligd worden, wat een absolute voorwaarde is voor een respectvolle relatie met de patiënt.

    De richtlijn, gebaseerd op een IHI White paper, getuigt van een relationeel mensbeeld. Wat er door een ernstig incident aan schade is berokkend, dient in de relatie geheeld te worden door erkenning van het aangedane leed, zowel bij de patiënt (first victim) als bij het personeel (second victim). In de organisatie dienen interventies erop gericht te zijn om vanuit zorgzaamheid de verbondenheid te herstellen of te versterken.

    Referentie

    Van Gerven, E., Vanlangenaeker, L., Nelis, T., Van Bauwel, L., De Troyer, V., Sermeus, W., Vanhaecht, K. (2013). Richtlijn Respectvol Omgaan met Klinische Incidenten. Leuven, CZV – KU Leuven

    www.secondvictim.be

    Leerdoelen

    • Richtlijn kenbaar maken, inspireren en sensibiliseren om deze richtlijn als leidraad te hanteren.

    • Kennis en inzicht in een geïntegreerde aanpak van ernstige klinische incidenten in een organisatie.

    • Uitwisselen van ervaringen (good practices) voor de opvang van first, second en third victim.

    • Een opdracht meenemen en een rugzak vol tools om in de eigen organisatie aan de slag te gaan rond het omgaan met ernstige klinische incidenten.

    Methode

    • Korte introductie in de richtlijn (ppt)

    • Toepassing in OPZC: wat hebben we ermee gedaan, sterktes en uitdagingen

    • Individueel onderzoeken: wat is er voorhanden in mijn organisatie, + en -, dan met 2 en 4

    • Toetsen van richtlijn aan eigen organisatie, sterktes en uitdagingen (4/8/plenair)

    • Welke acties nemen we mee naar de eigen organisatie, hoe kunnen we elkaar helpen

    • Inventaris van ‘wat hebben we geleerd’ en waar kunnen we mekaar mee ondersteunen (plenair)

    Max. aantal deelnemers: 40


    W18

    Who do we think we are?  Copernicus, Darwin, Freud ... en Kahneman & Taleb

    Jos Peeters, psycholoog, OOOC Jongerencentrum Cidar, Kortenberg

     

    Het boek ‘Ons feilbare denken. Thinking, fast and slow’ van Daniel Kahneman is vermoedelijk een Zwarte Zwaan die niet alleen ons denken in vraag stelt maar ook ons hulpverlenerswerk, ons hulpverleners-zelfbeeld … en ons zelfbeeld.

    We denken vaak veel minder goed dan we denken, en te snel. Mensen beseffen niet dat ze meestal veel te 'biased' zijn. Als experts doen we het in ons eigen vakgebied al niet veel beter... Gelukkig erkent Kahneman dat we moeten werken in een ‘omgeving met lage validiteit’. Hij raadt ons toch maar aan meer op enkele eenvoudige algoritmen (DSM?) terug te vallen.

    Ons basismateriaal blijkt nu ook al niet goed: het ‘terugblikkende zelf’ van onze cliënten zit veelal fout… en dat van ons ook. Kahneman en Taleb vinden ons vaak slachtoffer van een “narratieve misleiding”… de hedendaagse psycho-filosofische epistemologen zijn redelijk confronterend.

    Heel veel is er trouwens niet aan te doen… je beseft immers niet dat je verkeerd zit!

    Hoe leren traag te denken en hoe te leven met twijfel, risico en toeval? ‘Intelligent Roddelen bij het koffieapparaat’ is voor Kahneman nog het best en dat is, na een inleidende powerpoint, ook het plan voor deze werkwinkel.

    Referenties

    Kahneman, D. (2012). Ons feilbare denken. Thinking, fast and slow. Amsterdam, Business Contact. Vertaling van: Thinking, fast and slow (2011). New York, Farrar, Straus & Giroux

    Taleb, N.N. (2012). De Zwarte Zwaan. De impact van het hoogst waarschijnlijke. Tweede editie inclusief postscript essay ‘Over robuustheid’. Amsterdam, Nieuwezijds. Vertaling van: The Black Swan (2007). New York, Random House

    Leerdoelen

    • denken over 'denken'

    • biases leren herkennen

    • impact voor 'experts'

    • 'diagnose' en 'voorspellingen' voor professioneel zelfbeeld, wereldbeeld en ... zelfbeeld

    Methode

    50% PowerPoint met brede inleiding en dan groepsdiscussie

    Max. aantal deelnemers: 30

     

    W19

    Werken met daders: inbrengen van multipele perspectieven

    Kris Decraemer, therapeute, opleider, Interactie -Academie, Antwerpen

    Geweld, misbruik door een van de gezinsleden heeft een grote impact op het systeem. Familieleden worden slachtoffers, andere daders. Slachtoffers én daders raken opgesloten in een smalle identiteit. Het vizier staat stil op het individu. Een therapeut die met daders spreekt, werkt in en met deze reducties, polarisaties en de pijnlijke confrontaties die daaruit voortvloeien.

    Vanuit een systemische invalshoek willen we aansluiten bij het verhaal van de cliënt en tegelijkertijd de relationele effecten van gedrag bespreekbaar maken en de stemmen van belangrijke anderen binnen brengen. We stellen methodieken voor die de therapeut helpen om in het gesprek inleving en confrontatie te combineren en een meerstemmige dialoog over de feiten op gang te brengen.

    Leerdoelen

    Een systemische visie mee geven op de sociale co-creatie van geweld en op sociale factoren die een rol spelen bij het responsabel raken en blijven van mensen.

    Mensen handvatten geven om dadergedrag confronterend te bevragen en te situeren in mensen als ook in contexten, complexe beïnvloedingen en wisselwerkingen.

    Methode

    We reiken een systemische visie aan en enkele methodieken. Mensen krijgen de kans een methodiek uit te proberen. Er worden ook voorbeelden getoond vanuit de praktijk.

    Max. aantal deelnemers: 30

     

    W20

    Wie zijn we voor elkaar? Een relatie zoals alle andere? Ik wil er altijd voor iets tussen zitten…

    Birgit Bongaerts, psycholoog, systeemtherapeut, trainer, Antwerpen

     

    Een hulpverleningsrelatie is niet zoals elke andere relatie. Het is een bijzondere context met eigen omgangsvormen en regels, al dan niet duidelijk omschreven in de beroepsopleidingen … We zijn als begeleider echter ook steeds persoonlijk geraakt door de cliënt/patiënt/bewoner. Onze eigen ervaringen, gedachten, ideeën, theorieën, .. werken meestal constructief en inspirerend. Betrokkenheid kan soms ook lastig zijn: we voelen ons soms mee vermoeid en leeg, soms zijn we geërgerd en geïrriteerd… Bespreekbaar maken van wat ons raakt en hoe het dit doet kan bijdragen aan het verhaal van de persoon die we helpen. We laten patiënten participeren als gelijkwaardige partner binnen de hulpverleningsrelatie. En als verantwoordelijke persoon met beheer over het eigen leven en herstel.

    Voorwaarde voor dit delen van je eigen binnenkant is het creëren van een context van relationele ethiek (Freedman en Combs). Participatie en betrokkenheid krijgen betekenis binnen de verhoudingen die mensen met elkaar aangaan, … waarbij we ons voortdurend bewust zijn van het effect van ons handelen op de andere…

    Leidraad is het “decentered sharing” (White, Fredman): delen van je ervaring zodat je zelf niet op de voorgrond komt.

    Leerdoelen

    Bij begeleidingen inbrengen van eigen ervaringen, gevoelens, bedenkingen, ideeën, inspiraties … enkel als het de andere kan vooruit helpen.

    Methode

    Oefenen in kleine groep en reflectie in grote groep.
    Max. aantal deelnemers: 30

     

    W21

    De lichaamsbeleving als aandachtspunt in de psychomotorische therapie

    Michel Probst, professor, UPC KU Leuven, campus Kortenberg

     

    De aandacht voor de lichaamsbeleving binnen de verschillende therapeutische interventies in de geestelijke gezondheidszorg neemt toe. Vele psychiatrische stoornissen worden immers geassocieerd met een verlaagd zelfwaardegevoel en een negatieve lichaamsbeleving. De term lichaamsbeleving verwijst naar de perceptie (uitwendige - vooral tactiele en visuele - en inwendige waarneming van het lichaam), de subjectieve ervaring (affectieve en emotionele componenten), en de persoonlijke opvattingen en interpretaties (cognitieve constructen) van het eigen lichaam.

    De psychomotorische therapie probeert de lichaamsbeleving te beïnvloeden via een directe ervaringsgerichte methode. Via bewegingsactiviteiten en lichamelijkheidsoefeningen wordt gepoogd psychomotorische, affectieve, cognitieve en gedragsdimensies van het persoonlijk welzijn te bevorderen, te stimuleren, te integreren en te beïnvloeden. Het wetenschappelijk onderzoek reikte ons hiervoor de laatste jaren nieuwe handvatten aan.

    In deze werkwinkel worden naast een aantal psycho-educatieve suggesties een aantal concrete oefeningen uit de psychomotorische therapie (spiegeloefeningen, ademhalingsoefeningen, relaxatie, body awareness-oefeningen) voorgesteld ter illustratie van hoe personen meer vertrouwd kunnen worden met hun lichamelijke gewaarwordingen en hoe ze deze gewaarwordingen beter kunnen controleren.

    Leerdoelen

    • De deelnemers een aantal handvatten aanreiken op het vlak van psycho-educatie.

    • De deelnemers krijgen een aantal concrete oefeningen voorgeschoteld die bruikbaar zijn in hun klinische praktijk.

    Methode

    Deze werkwinkel bestaat uit vier delen

    • korte situering

    voorstelling van een aantal oefeningen met bespreking

    bespreking van valkuilen

    • afronding
    Max. aantal deelnemers: 30

     

    Woensdag 17 september 2014 11u15-12u45

    W22

    Acceptance & Commitment Therapy (ACT): aan de slag in multidisciplinaire teams!

    Joris Corthouts, zorgprogrammaverantwoordelijke psychosezorg, PC Sint-Hiëronymus, Sint-Niklaas

     

    Nog niet zo lang geleden was een paternalistische visie op cliënten meer een gegeven dan een uitzondering binnen de residentiële zorg. Er is gelukkig reeds veel veranderd: de laatste decennia kreeg een verschillende visie toegang tot ons werkveld waarbij gelijkwaardigheid in hulpverleningsrelaties de norm was. Deze metamorfose werd binnen PC Sint-Hiëronymus te Sint-Niklaas (mede) gefaciliteerd door volop in te zetten op een rehabilitatieve benadering in de jaren '90. Doorheen de daarop volgende jaren veranderde deze benadering naar een echte herstelgerichte zorg.

    Sinds 2010 integreert het Centrum Psychosezorg ACT met de aanwezige herstelvisie in het werken met ons cliënteel. Deze geïntegreerde visie heeft een grote impact op de bejegening en begeleiding van cliënten, alsook op de doelstelling van een opname teweeggebracht. We merken dat tegenwoordig de begeleiding nog duidelijker bestaat uit samen met cliënten te zoeken naar een meer kwaliteitsvol leven, met of zonder symptomen. Daarnaast heeft het werken met ACT het beeld dat cliënten van “de hulpverlener” hebben veranderd, net als hulpverleners op zich anders kijken naar zichzelf.

    Tijdens deze werkwinkel geven we een introductie in ACT en hoe dit geïmplementeerd werd in het centrum. Vervolgens laten verschillende disciplines de deelnemers kennis maken met hoe ACT in het dagdagelijks afdelingsleven tot uiting komt. Dit gebeurt door de deelnemers onder te dompelen in de verschillende groepssessies die we aanbieden en daarnaast de gebruikte hulpmiddelen te leren kennen door met eigen materiaal aan de slag te gaan.

    Leerdoelen

    • ACT ervaringsgericht leren kennen

    • Hoe ACT implementeren in multidisciplinaire teams

    • Hoe ACT in het alledaags leven op een afdeling tot uiting laten komen

    Methode

    • Ex-cathedra stilstaan bij theorie en implementatie-proces

    • Deelnemers het aanbod voor cliënten laten proeven door deel te nemen aan groepssessies als participant

    • Aan de hand van eigen ingebracht materiaal leren werken met ACT-hulpmiddelen
    Max. aantal deelnemers: 45

     

    W23

    Dramatherapie: denken, voelen, handelen in scène gezet

    Lieven Desomviele, voorzitter, BVCT-ABAT vzw, Ledeberg

     

    Binnen Robert Landy's distantietheorie is er sprake van twee polariteiten van denken en voelen: enerzijds 'over-distancing' en 'under-distancing'. Deze kunnen op zoek gaan naar een evenwicht, gebruikmakend van een esthetische illusie die de speler/kijker ervaart. Binnen zijn theorie is er ook sprake van deze polariteiten onder de vorm van een rol en een counterrole die op zoek gaan naar evenwicht d.m.v. de gids. De gids en de esthetische illusie zijn 'liminal concepts' die kunnen worden gesitueerd in de schemerzone van onze psyche.

    Leerdoelen

    • Krijgen van een initiële ervaring hoe dramatherapie werkt

    • Het ervaren van de concepten rol - counterrol - gids

    • Krijgen van een initieel inzicht hoe de concepten rol - counterrol - gids therapeutisch kunnen werken.

    Methode

    • Ervaringsgericht, onder vorm van verkennende oefeningen

    • Reflectie

    Max. aantal deelnemers: 30

     

    W24

    wie ben ik voor mezelf en daardoor voor u?  creatieve therapie, een krachtige nonverbale weg in het onderzoek naar je eigen persoon in contact met de andere.

    Bie Draulans, kunstzinnig en creatief therapeute, bestuurslid, Belgische vereniging creatief therapeuten (BVCT-ABAT) en lid dagelijks bestuur vakgroep beeldende therapie / PC Gent-Sleidinge campus Gent

     

    Wie we zijn voor de anderen wordt bepaald door wie we zijn voor onszelf. In het mentale weten we voor een deel wie we zijn, in andere gebieden van onszelf is die kennis impliciet en mogelijk ook verborgen. Nadenken over wie we zijn binnen onze professionaliteit raakt niet alle lagen van kennis. Voelen, lichamelijk voelen en dit verwerken via kleur en beeld kan ons aspecten van ons innerlijk leven tonen die onbereikbaar zijn voor het denken.

    We nodigen die impliciete en/of verborgen kennis uit om meer zichtbaar te worden. Hoe we dit weten vertalen in kleur en vorm kan nog meer verhalen van wat in gedachten en woorden (nog) niet te vatten is.

    Leerdoelen

    Leren vertrouwen dat kleur en vorm een taal hebben die naast woorden kan staan en die extra informatie kan geven over eenzelfde onderwerp.

    Het thema is: stilstaan bij wat we al weten over onszelf, exploreren wat we impliciet aan kennis hebben en kijken of we nog iets meer te weten komen van wat zelfs voor ons nog onduidelijk is. Nog scherper krijgen wie we zijn in onze professionele relaties.

    De kracht van het beeldende medium verkennen via een experiëntiële oefening.

    Methode

    Tekenen, schilderen, naar binnen gaan om te checken of wat je doet, klopt met hoe je innerlijk standpunt is. Dan je werk aanpassen en bijwerken tot het klopt. We gaan over en weer bewegen tussen beeldend werken en je aandacht richten naar je gevoelsleven en zelfs je fysieke lichaam.
    Max. aantal deelnemers: 20

     

    W25

    Denken met het hart: bruggen tussen psychotherapie, neurofysiologie en spiritualiteit en hun implicaties voor diagnostiek en therapeutisch handelen.

    Joris Dewispelaere, lector, HUB-KAHO, Schaarbeek

     

    De werkwinkel focust op de verdieping van de grondhoudingen empathie, echtheid en onvoorwaardelijkheid vanuit verschillende bronnen van christelijke, islamitische, boeddhistische en humanistische spiritualiteit. Daarbij worden verbanden gelegd met recent onderzoek uit de positieve psychologie, de experiëntiële therapie en de neurofysiologie van het hart (o.a. de Broaden-and-Built Theory of Positive Emotions - Frederickson, 2009, hartritme-onderzoek - Mc Craty, 2009) en met eigen onderzoek naar zingeving in partnerrelaties. Zowel psychotherapie-onderzoek als onderzoek naar de mystieke tradities en humanistisch onderzoek naar zingeving (Watson, 2013) laten de kracht en resultaten zien van ‘denken met het hart’ als een exacte weg van afstemmen op de cliënt(en) (Zajonc, 2012).

    Ervaren wat de essentie is van een vraag, probleem of klacht en de ontwikkeling van een holistische diagnostiek en visie op het therapeutisch handelen worden kennistheoretisch en praktijkgericht toegelicht. De werkwinkel is gericht op experiëntieel leren en vraagt om actieve participatie. Oefeningen hebben zowel betrekking op het beleven van de therapeut als op het proces van de cliënt(en).

    Tijdens de werkwinkel worden voorbeelden gegeven uit de therapiepraktijk van de auteur (individuele, relatie- en gezinsbegeleiding) en uit het begeleiden van gezinswerkers. Deze betreffen omgaan met angst en verlangen en verdiepen van liefde in partner- en gezinsrelaties, counseling bij geweld in gezinnen en begeleiding van mensen met een levensbedreigende ziekte.

    Leerdoelen

    • Inzicht in Broaden-Built theory (Frederickson) en in Heart-math onderzoek (hart-ritme onderzoek) (Mc Craty) en ervaren van enkele resultaten van deze onderzoekslijnen.

    • Inzicht in linken tussen positieve psychologie, neurofysiologisch onderzoek mbt hartwerking, psychotherapie-onderzoek en onderzoek m.b.t. mystieke tradities.

    • Ervaren van 'denken met het hart' als verdieping van de grondhoudingen in psychotherapie.

    • Inzicht in toepasbaarheid van 'denken met het hart' in individuele, relatie- en gezinsbegeleiding.

    Methode

    • korte theoretische inleidingen

    • ervaringsgerichte oefeningen

    • plenaire discussie
    Max. aantal deelnemers: 30

     

    W26

    Systeemtherapeutisch werken met assistentie van paarden

    Kristof De Clercq, AZ Nikolaas en vzw Young Horses, Sint-Niklaas

    Kristof Gijsens, relatie– en gezinstherapeut, kinder- en jeugdpsychiatrie AZ Nikolaas, Sint-Niklaas / Young -Horses vzw /  Finding – Ways

     

    Voorstelling project ondersteund door Lode Verbeeck KBS, waarin een samenwerking werd gerealiseerd tussen de Kinder- en Jeugdpsychiatrie AZ Nikolaas en vzw Young Horses.

    Enkele gezinnen waarvan één van de kinderen opgenomen is geweest op de crisisunit van de kinder- en jeugdpsychiatrie, kregen de mogelijkheid om deel te nemen aan een bijzondere vorm van nazorg. Deze nazorg bestond uit het aanbieden van vijf sessies systeemtherapie met assistentie van paarden.

    Deze sessies werden gefaciliteerd door een systeemtherapeut en een paardenspecialist, beiden opgeleid volgens de EAGALA-methodiek.

    Leerdoelen

    • Kennismaking met systeemtherapeutische werk waarbij paarden belangrijk co-therapeuten zijn.
    • Inzicht krijgen in de non-verbale kracht van paarden en ervaringsgericht werken.

    Methode

    • Interactieve ppt voorstelling met gebruik van videomateriaal.
    • Aan de hand van concrete casussen en videobeelden uit sessies de deelneemers betrekken in hypothesevorming en in aanpak.
    • Theoretische uitleg over systeemtherapie met assistentie van paarden.

    Max. aantal deelnemers: 25

     

    Woensdag 17 september 2014 13u45-15u15

    W27

    Leiderschap in Borderline Times, de hoofdverpleegkundige in een identiteitscrisis?

    Lieven Vanlangenaeker, lector zorgmanagement en interdisciplinaire ouderenzorg, PXL Hogeschool, Hasselt

    Alex Fransen, hr-adviseur / lector zorgmanagement en interdisciplinaire ouderenzorg, Wit Gele Kruis, Limburg / PXL Hogeschool, Hasselt


    De opleiding Zorgmanagement (PXL, Hasselt) kreeg recent internationale erkenning van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie. De commissie was bijzonder lovend over de opleiding Zorgmanagement met twee excellente beoordelingen.

    Vertrekkend van een goed opleidingsrapport voor de opleiding van hoofdverpleegkundigen (één van de 7 in Vlaanderen) maken we een link naar het werkveld. Wat leert het werkveld van de opleiding, wat passen ze toe? Wat leert de opleiding uit het werkveld. Hoe geven we de cursisten een transformationele ervaring? Onze ervaring is het vertrekpunt om de deelnemers actief uit te nodigen en te sensibiliseren op zoek te gaan naar goed leiderschap.

    De hoofdverpleegkundige is een knelpuntberoep, de actieve hoofdverpleegkundigen zitten midden in een identiteitscrisis. Wie ben ik, waarvoor sta ik, wanneer ben ik een goed leider? Deze dialoog willen we actief aangaan aan de hand van erg veel praktijkvoorbeelden. Het model van de ‘trilogie paradox’ is een nuttig uitgangspunt (kwaliteit, performantie en team). In deze Borderline Times hebben we leiders (nodig) die hun professionele medewerkers duidelijkheid willen en kunnen bieden, geloven in en waarderend zijn naar de vereiste competenties en aanwezige talenten. Hun medewerkers-mensbeeld is groeiend, ontwikkelend en lerend, positief, rijk aan mogelijkheden, behoeftig naar uitdagingen.

    Leerdoelen

    • De deelnemers leren de state-of-the-art in leiderschapsontwikkeling kennen (groene leiderschapsstijlen, gebaseerd op de Roos van Leary, Vermeren), toegepast in Zorgmanagement in PXL Hasselt.

    • De deelnemers maken kennis met praktijkvoorbeelden uit de zorg (thuiszorg en psychiatrisch ziekenhuis).

    • De deelnemers hun interesse wordt gewekt naar effecten van groene leiderschapsstijlen, goede leiders, good practices toename bereidheid om hiermee te ‘proberen’ in de organisatie.

    • De deelnemers zien hoe integratie kan van ‘Goede zorg voor Leiders is zorgen voor goede Leiders/medewerkers/zorg’.

    Methode

    • Schetsen van ‘het verhaal van zorgmanagement: van een wit blad tot een internationale erkenning’.

    • Hoe kunnen de ingrediënten van de opleiding zorgen voor betere praktijken in ‘de praktijk’ van zorgorganisaties (WGK Limburg en OPZC Rekem).

    Na deze inspirerende getuigenissen willen we de deelnemers in kleine groepen uitdagen met een aantal stellingen.

    • Deze groepsreflecties vormen dan de basis voor intervisie die zeer interactief verloopt en als eindresultaat heeft dat de deelnemers inzichten, mogelijkheden, valkuilen en handvatten hebben om mee aan de slag te gaan in hun organisatie. We putten uit evidence-based bronnen, value-based ervaringen en practice-based-evidence.
    Max. aantal deelnemers: 28

     

    W28

    De online balkmetafoor: een Zwitsers zakmes voor participatie in de zorg?

    Pieter Naert, wetenschappelijk coördinator/psycholoog, PZ Heilig Hart, Ieper

    Rita Cottyn, mobiel team acute psychiatrische zorg, regio Ieper-Diksmuide

     

    De vermaatschappelijking van de zorg heeft definitief zijn intrede gedaan. Er wordt gestoeld op de cliënt en diens familie als partners in de behandeling en het herstel. Ondanks de hardnekkigheid van bestaande stigma’s blijven deze immers de expert in het eigen functioneren. Tools die het herstel kunnen ondersteunen moeten in de eerste plaats voor hen maximaal toegankelijk en bruikbaar zijn.

    In 2005 ontwikkelde PZ Heilig Hart Ieper een bruikbaar instrument, gebaseerd op het klassieke stress-kwetsbaarheidmodel (Zubin & Spring, 1977). Nu e-bronnen niet meer weg te denken zijn en de nadruk ligt op interactiviteit, werd de website www.balkmetafoor.be volledig vernieuwd. Waar deze oorspronkelijk een instrument was voor psycho-educatie bij mensen met een psychotische kwetsbaarheid, beoogt hij nu een “Zwitsers zakmes” te zijn, dat op vele domeinen ingezet kan worden. Mensen met een psychische kwetsbaarheid, personen met een fysieke beperking, studenten, een toevallige passant het op internet, … allen kunnen dit hulpmiddel inzetten om hun eigen identiteit in kaart brengen. Dit kan, al dan niet samen met de context en/of hulpverleners, vanuit gezonde delen, kwetsbaarheden en alles wat hierop impact heeft. Bovendien kan men met deze tool verder gaan, door onder meer copinggedrag te onderkennen en acties voor de toekomst op te stellen.

    Referentie

    Zubin, J. & Spring, B. (1977). Vulnerability: a new view of schizophrenia. Journal of Abnormal Psychology, 86, 2, 103-126

    Leerdoelen

    De deelnemer kan aan het einde van de sessie de balkmetafoor vlot toepassen op diverse, concrete casussen.

    De internetapplicatie is gekend en de deelnemer kan:

    • een volledige balkmetafoor opmaken met behulp van de applicatie

    • een actieplan genereren op basis van de opgemaakte balk.

    Methode

    Via een powerpointpresentatie wordt de metafoor toegelicht, de nieuwe website wordt aan de hand van een casus voorgesteld.

    Op basis van casussen uit de groep wordt het gebruik van de metafoor en de applicatie ingeoefend.
    Max. aantal deelnemers: 30

     

    W29

    Wat als het niet klikt? Fenomenologische leidraad voor intervisie vanuit de gestaltvisie

    Marianne De Wulf, gestaltpsychotherapeut, IVC vzw

     

    De gestalttherapeutische benadering biedt ons, vanuit zijn fenomenologische achtergrond een brede kijk op de hulpverleningsrelatie. Meer bepaald gaat zij focussen op de relatie cliënt – therapeut als cruciaal onderdeel van het groei– en helingsproces van de cliënt.

    In deze werkwinkel gaan we aan de slag met wat ons allen wel eens overkomt: het gevoel ‘dat het niet klikt’.

    Leerdoelen

    En dat het niet klikt, gaan we nu even niet toeschrijven aan de (symptomatologie/diagnose van) de cliënt, maar aan datgene wat zich ‘in het tussengebied’ afspeelt. Meer bepaald gaan wij - vanuit wat we in de existentieel- fenomenologische benadering terugvinden als bracketing -, onderzoeken wat wij er van onze kant ‘tussen zetten’. Door dit te beseffen, en er gevoelde betekenis aan te geven, kunnen wij de therapeutische relatie anders aangaan.

    Deze fenomenologische leidraad is evenzeer bruikbaar voor andere relaties dan de therapeutische relatie. Ook andere hulpverleningsrelaties en werkrelaties kunnen vanuit deze invalshoek een verrassend perspectief krijgen.

    Methode

    Na een korte situering van het ‘als het niet klikt’-fenomeen vanuit de gestalttherapeutische ervaringscyclus, en van het bracketing methode vanuit de existentiële fenomenologie, gaan we in groepjes aan de slag met onze eigen ‘wat als het niet klikt’-situatie.

    Naderhand volgt een plenaire terugkoppeling. Deze terugkoppeling betreft alleen de gehanteerde invalshoek. De inhoudelijke kant beschouwen we als persoonlijk ervaringsmateriaal van de deelnemer.

    Max. aantal deelnemers: 24


    W30

    De ander en mezelf goed waarnemen: portrettekenen

    Dirk Fonteyn, artistiek begeleider, dagcentrum De Vinken, Antwerpen

    Tom Jespers, artistiek begeleider, dagcentrum De Vinken, Antwerpen

     

    Wie ben ik voor u, hoe zie jij mij en hoe zie ik mezelf. In deze werkwinkel willen we via artistieke weg hiernaar op zoek gaan. We starten met het tekenen van een eigen portret: rustig kijken, goed waarnemen, trachten te tekenen wat je ziet en uitdrukking te geven aan wie en hoe je bent (of zou willen zijn). We kunnen daarbij kijken naar hoe bv. Picasso of Van Gogh dit deed, het hoeft niet realistisch, wel de persoon met zijn unieke trekken weergeven.

    Nadien tekenen we het portret van een andere deelnemer terwijl hij of zij jou tekent.

    Leerdoelen

    • Een sterke focus oefenen.

    • Jezelf objectief leren waarnemen.

    • Je persoonlijkheid leren zien in je uiterlijke trekken, bv. zachte blik, gespannen lippen,…

    • De ander met open blik ontmoeten.

    • Deze niet-therapeutische oefening leert veel over jezelf en over de ander, over je houding ten opzichte van de ander en jezelf.

    Methode

    Waarnemingstekenen op papier met diverse materialen  (houtskool, grafietpotlood, kleurpotlood, aquarelpotlood, olie-pastels, pastelkrijt,…).

    Deelnemers kunnen gebruik maken van een spiegel voor het zelfportret.
    Max. aantal deelnemers: 30