16 en 17 september 2014
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Wie ben ik voor u? Mensbeelden in de geestelijke gezondheidszorg

keynote sprekers

Dinsdag 16 september 2014, 10u00 - 11u00
Keynotelezing 1:

Goede hulpverlening: tussen verbeelding en ambacht

Stefaan Plysier, psycholoog, Steunpunt Cultuursensitieve zorg, Brussel


Om met het gegeven cultuur om te gaan, gingen hulpverleners vaak op zoek naar specifieke competenties of kaders. De idee leeft dat cultuur het ‘euvel’ is dat verholpen moet worden om tot de gewone, neutrale zorg te komen. Ook in de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg werden telkens antwoorden gezocht die de ongrijpbare cultuur wilden temmen of controleren door ze te meten, te categoriseren en ze uiteindelijk in een steriel schema te gieten. Allemaal antwoorden die passen binnen het moderne tijdperk waarin de geestelijke gezondheidszorg zijn wortels heeft.
Vandaag bevinden we ons echter in een maatschappij waarin deze moderne benadering steeds minder houdbaar wordt. Eerder dan op zoek te gaan naar controle is cultuurgevoelige hulpverlening vooral een kwestie geworden van zelfreflectie die ons brengt van moderniteit naar transmoderniteit.


Dinsdag 16 september 2014, 11u45 - 12u45

Uitgenodigde lezing 1:  

Samenwerking verpleegkundige – patiënt / ervaringsdeskundige in een evoluerende geestelijke gezondheidszorg
Eddy Deproost,
directeur patiëntenzorg Kliniek Sint-Jozef Pittem / Universitair Centrum voor Verpleegkunde en Vroedkunde UGent, Vives, VOVB

Annelies Verkest, verpleegkundig specialist, Kliniek Sint-Jozef Pittem


Wie is de psychiatrisch verpleegkundige voor de patiënt? Wat is de betekenis van de relatie die we aangaan? Wat zijn werkzame factoren en wat blijkt de samenwerking te belemmeren? Wat is de impact van de verpleegkundige begeleiding op het herstel? Is er een discrepantie tussen wat de verpleegkundigen willen zijn en hoe de patiënten het ervaren?
We geven de beleving van patiënten weer en laten ervaringsdeskundigen aan het woord. We gaan na wat onderzoek ons leert.
We schetsen een persoonsgerichte en interpersoonlijke verpleegkundige visie en concretiseren die in een praktijkmodel. Hierbij stellen zich verschillende uitdagingen. Kunnen en/of moeten we radicaal herstelgericht werken en wat betekent dit? Hoe kunnen we dwang en vrijheidbeperkende maatregelen vermijden?  De verpleegkundigen hebben ook een belangrijke rol in de gemeenschapsgerichte geestelijke gezondheidszorg. De verpleegkunde van de toekomst kan niet anders dan wetenschappelijk onderbouwd zijn waarbij functiedifferentiatie zich aandient. Er zijn ook bedreigingen: de opleiding is hier de belangrijkste op korte termijn.


Dinsdag 16 september 2014, 14u15 - 15u15
Uitgenodigde lezing 2: 
Charles Darwin: de missing link in de geestelijke gezondheidszorg
Johan Braeckman,
  professor, vakgroep filosofie, UGent


Charles Darwin voorzag reeds in de negentiende eeuw dat de psychologie dankzij de evolutietheorie een volwaardige wetenschap kon worden. Het is evenwel pas in onze tijd dat dit inzicht ten gronde vorm krijgt. Een verklaring van een psychologische eigenschap is maar volwaardig als men inziet wat de evolutionaire geschiedenis ervan is.  
Pas dan is men ook in staat om psychiatrische aandoeningen en psychologische maladaptaties ten volle te begrijpen. In de lezing wordt dit toegelicht tegen de achtergrond van lopende discussies over het wetenschappelijk statuut van de psychiatrie en de methodologische discussies in de geestelijke gezondheidszorg.


Dinsdag 16 september 2014, 16u15 - 17u15
Uitgenodigde lezing 3: 
Psychische stoornissen, vrije wil en toerekeningsvatbaarheid
Gerben Meynen,
psychiater, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie, Universiteit van Tilburg / docent, Faculteit Wijsbegeerte, VU Amsterdam / GGZ InGeest, Amsterdam


Psychische stoornissen kunnen iemands verantwoordelijkheid voor zijn gedrag verminderen. Als mensen een morele grens overschrijden terwijl ze een psychische stoornis hebben, dan kunnen we hen voor dit gedrag excuseren. Ook in de rechtszaal wordt een verdachte in verband met een psychische stoornis soms niet verantwoordelijk gehouden voor zijn daden. We spreken dan van ontoerekeningsvatbaarheid. Maar wanneer is iemand ontoerekeningsvatbaar? Wat zijn daarvoor de criteria? Volgens sommigen speelt de vrije wil hierbij een centrale rol. Tegelijkertijd zijn er berichten van hersenonderzoekers die stellen dat de vrije wil niet bestaat. Wat betekent dit voor de beoordeling van toerekeningsvatbaarheid? Zijn wij, als de vrije wil niet bestaat, geen van allen toerekeningsvatbaar?
De lezing gaat in op deze vragen, waarbij filosofische en forensisch-psychiatrische overwegingen aan bod komen.

Woensdag 17 september 2014, 09u30 - 10u30
Uitgenodigde lezing 4:  
Preventieve psychotherapie
Dorien Nieman,
klinisch psycholoog, hoofd Cognitie lab en coördinator Hoog Risico poli, afdeling Psychiatrie,
Academisch Medisch Centrum Amsterdam


Tijdens een eerste psychose in het kader van schizofrenie, depressie of andere ernstige psychiatrische aandoening is er vaak sprake van verminderd ziektebesef en -inzicht, wat de behandeling kan bemoeilijken. Bovendien is het leven van een cliënt meestal behoorlijk ontwricht als na een eerste psychose, al dan niet gedwongen, hulp wordt gezocht. Maanden tot jaren voorafgaand aan een eerste psychose ontstaan er vaak voortekenen. Mensen horen bijvoorbeeld af en toe een stem of zijn achterdochtig terwijl het ziektebesef en –inzicht grotendeels intact zijn. Het functioneren is al verminderd maar er is in meer of mindere mate nog sprake van werk/scholing en een sociaal netwerk. Soms stellen deze jongeren het zoeken naar professionele hulp lang uit. Ze zijn vaak bang om ‘gek te worden’. Dit kan leiden tot zelf-stigmatisering omdat in de media gekte en psychose regelmatig gelijkgesteld worden aan crimineel en gewelddadig zijn. Als jongeren dan toch de stap zetten naar professionele hulp wordt in klinische praktijk soms antipsychotische medicatie voorgeschreven terwijl dit in de internationale behandelrichtlijnen wordt afgeraden.
Het is voor een optimale prognose van belang dat een verhoogd risico op een eerste psychose goed gediagnosticeerd wordt en er een adequate, evidence-based behandeling voor wordt gegeven. Preventieve psychotherapie kan leiden tot een vermindering in zelf-stigmatisering en een risicoreductie om een eerste psychose door te maken met ongeveer 50%.

In deze lezing wordt ingegaan op de achtergrond en inhoud van de therapie.

Referentie

van der Gaag, M., Nieman, D. & van den Berg, D. (2013). CBT for Those at Risk of a First Episode Psychosis. Evidence-based psychotherapy for people with an 'At Risk Mental State'. Oxford UK, Routledge


Woensdag 17 september 2014, 11u30 - 12u30
Uitgenodigde lezing 5:   

Psychiater in tijden van eenzaamheid

Dirk De Wachter, psychiater-psychotherapeut, professor, UPC KU Leuven campus Kortenberg


Onze hectische maatschappij lijkt een merkbare invloed te hebben op de identiteit van de mens, waarin flexibiliteit en onzekerheid naar voren komen. Ook de identiteit van de psychiater wordt hierdoor gekenmerkt.

Wat willen wij zijn? Hoe worden we gezien? Is er in de veelheid aan mogelijkheden wel een gemeenschappelijke psychiatrische identiteit?

Psychiaters leven in een voelbare paradox: enerzijds worden we gevraagd om zowat alle levensproblemen te belichten in een voortschrijdende psychiatrisering van het leven, anderzijds zijn we dragers van het menselijk tekort en vertegenwoordigen we de grenzen van de maakbare mens.

De uitdagingen zijn groot.

Ik wil pleiten voor een engagement waarin verbinding, complexiteit, hechting, taal en stilte een plaats krijgen.


Woensdag 17 september 2014, 14u00 - 15u00
Uitgenodigde lezing 6:

Vanuit mijn herstelverhaal
Ingrid Lammerant,
ervaringsdeskundige, Werkgroep Ervaringsdelen, Gent

Ik ben lid van de werkgroep Ervaringsdelen en Destigmatisering, en als ervaringsdeskundige wil ik niet zozeer een discours brengen van wij tegen zij, maar eerder oplossingen zoeken, of als dit niet kan, de huidige problemen in de psychiatrie schetsen.
Alles vertrekt vanuit mijn herstelverhaal, wat voor mij werkte en wat niet. Van daaruit stel ik het tegenwoordige genetische discours in vraag en schuif ik de psychosociale context als evenwaardig naar voren. Het thema dwang schuw ik ook niet, fixatie en separatie, medicatiedwang en zachte dwang. Kan er humane psychiatrie zijn zolang er dwang gebruikt wordt? Dat is de vraag die ik mij stel.
Diagnosticeren kan ook problemen creëren. Een diagnose is levenslang en houdt vaak geen rekening met herstel en het feit dat een mens geen 'constant' gegeven is, maar voortdurend evolueert. Het probleem ligt niet enkel in de psychiatrie maar is ingebed in onze hele maatschappelijke context. Beleid, werkgevers, controleartsen bij de ziekenfondsen. De druk wordt groter. Ook hulpverleners ontkomen er niet aan.
Samen naar een betere zorg. Ik geloof dat iedere hulpverlener dat wil en de stem van de patiënt moet hiervoor ook gehoord worden. Dit is een evolutie die de zorg enkel maar ten goede kan komen...

Woensdag 17 september 2014, 16u00 - 17u00
Keynotelezing 2: 
The development and practice of compassion from the inside out:

Implications for our past, our present and our future
Mary Welford,
psycholoog, Compass Therapy Centre, Psychology Associates, Cornwall, UK

Shame and self-criticism have been found to underpin a range of psychological difficulties and can block the beneficial effect of many therapeutic approaches. In contrast, experiences of compassion have been found to alleviate distress and promote well being.  Recognising such difficulties and potential solutions Paul Gilbert developed  Compassion Focused Therapy (CFT) and Compassionate Mind Training (CMT) a means to address psychological experiences and promote well being.  Central to the approach is also the recognition that individuals can experience a range of barriers and blocks associated with compassion from others, compassion for themselves and, at times, compassion for others.
Interestingly therapists and health care professionals, tasked with the alleviation of psychological and physical distress in others, are often highly shame prone and self-critical. Many feel a sense that they are an ‘imposter’ in their profession and  secretly believe they are not good enough. Subsequently, therapists cope in a range of ways that are not particularly good for their own well being.
During this keynote Dr. Mary Welford will outline the theoretical basis and practice of compassion based approaches. The idea that delegates may benefit from applying the approach to their own lives will be discussed along with ideas of how this may be achieved.
Deze lezing verloopt in het Engels.